![]() |
Martinet Roling over belangenverstrengeling en integriteit |
Bijdrage ten behoeve van het debat in
Provinciale Staten op 13 december 2002
Bij mijn installatie tot Statenlid heb ik de eed afgelegd om de plichten als lid van het
provinciebestuur naar eer en geweten te zullen vervullen. Het was daarmee niet alleen een
plechtig, maar ook gewetensvol moment.
En de meerwaarde van dit debat is ons geweten andermaal te scherpen over de wijze hoe de
belangen van de inwoners in deze provincie het beste te dienen. Daarmee komt een opdracht
in beeld: de burger centraal stellen, de burger is het ijkpunt. Dat verdient ten volle
erkenning.
Het is een goede zaak wanneer politici nevenfuncties vervullen, bedoeld om "voeling
aan de pols van de maatschappij" te houden, deskundigheid op te bouwen en
betrokkenheid te praktizeren. Het schept mogelijkheden en biedt kansen om fundamentele
zaken op de provinciale agenda te plaatsen en in te brengen in de beraadslagingen.
Zonder me te verliezen in juridisch detailwerk gaat het vandaag in essentie om de vraag of
een Statenlid moet afzien van deelname aan een stemming, indien het belang van dat lid in
het geding is en ongeacht of het om een echt persoonlijk belang gaat. Iedere schijn
van vooringenomenheid, van belangenverstrengeling moet voorkomen worden. Zo luidt de
uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de "zaak
Winsum". Wij zijn het daarmee van harte eens. Immers:
»
Als lid van een overheidsorgaan (wethouder/waterschap), particuliere instantie
(LLTB/Milieufederatie) of bestuur van welke organisatie ook, ben je a priori
"vooringenomen". Dat is inherent aan dat lidmaatschap, dat is logisch en ook
goed.
» Als
Statenlid ben je gehouden het algemeen belang in zijn geheel te dienen en dus niet
kleine deelbelangen te bevoordelen. De burger moet erop kunnen rekenen dat het Statenlid
onbevangen staat tov. àlle af te wegen belangen.
Twee onderscheiden gegevenheden
dat wringt.
Dat komt onherroepelijk in conflict met je eigen integriteit. Het is de vraag of het
voldoende is te zeggen "dat je na ampel beraad met jezelf" tot de conclusie komt
dat je "te goeder trouw" bent.
Beter dan je eigen geweten te laten spreken is het om te werken met een integriteitscode.
De model-gedragscode van de VNG/IPO biedt hiertoe een prima houvast.
Openheid en openbaarheid zijn wezenlijke begrippen. Het biedt de gelegenheid elkaar
wederzijds aan te spreken en dit ook stelselmatig te blijven doen. Die zorgplicht mogen we
ons ter harte nemen en beslist niet alleen bij stemmingen met al of niet de dreiging van
een kleinst mogelijke meerderheid. Dat is absoluut niet relevant en getuigt van
resultaatdenken.
Wat telt is de waarde van de democratie. Het gaat om het functioneren van ieder van ons
als individu in de samenleving. Ieder met zijn/haar eigen verantwoordelijkheid. In die zin
refereer ik aan onze oproep - anderhalf jaar geleden in deze Staten, bij gelegenheid van
de hernieuwde relatie van LIOF en de provincie - om namens de provincie voortaan een
commissaris op "politiek/bestuurlijke afstand" te benoemen, in plaats van zoals
nog steeds te doen gebruikelijk, een gedeputeerde. Een amendement van die strekking haalde
het echter niet
Natuurlijk, niet alles is in tekstregels te vangen. Soms is het beter ze niet letterlijk, maar woordelijk te nemen. Immers: de wet is de norm, de mens geeft de waarde. Met zijn hoofd, maar vooral met zijn hart!