m roling klein.jpg (5421 bytes)

Martinet Roling over belangenverstrengeling en integriteit

Bijdrage ten behoeve van het debat in Provinciale Staten op 13 december 2002

Bij mijn installatie tot Statenlid heb ik de eed afgelegd om de plichten als lid van het provinciebestuur naar eer en geweten te zullen vervullen. Het was daarmee niet alleen een plechtig, maar ook gewetensvol moment.
En de meerwaarde van dit debat is ons geweten andermaal te scherpen over de wijze hoe de belangen van de inwoners in deze provincie het beste te dienen. Daarmee komt een opdracht in beeld: de burger centraal stellen, de burger is het ijkpunt. Dat verdient ten volle erkenning.
Het is een goede zaak wanneer politici nevenfuncties vervullen, bedoeld om "voeling aan de pols van de maatschappij" te houden, deskundigheid op te bouwen en betrokkenheid te praktizeren. Het schept mogelijkheden en biedt kansen om fundamentele zaken op de provinciale agenda te plaatsen en in te brengen in de beraadslagingen.
Zonder me te verliezen in juridisch detailwerk gaat het vandaag in essentie om de vraag of een Statenlid moet afzien van deelname aan een stemming, indien het belang van dat lid in het geding is en ongeacht of het om een echt persoonlijk belang gaat. Iedere schijn van vooringenomenheid, van belangenverstrengeling moet voorkomen worden. Zo luidt de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de "zaak Winsum". Wij zijn het daarmee van harte eens. Immers:
» Als lid van een overheidsorgaan (wethouder/waterschap), particuliere instantie (LLTB/Milieufederatie) of bestuur van welke organisatie ook, ben je a priori "vooringenomen". Dat is inherent aan dat lidmaatschap, dat is logisch en ook goed.
» Als Statenlid ben je gehouden het algemeen belang in zijn geheel te dienen en dus niet kleine deelbelangen te bevoordelen. De burger moet erop kunnen rekenen dat het Statenlid onbevangen staat tov. àlle af te wegen belangen.

Twee onderscheiden gegevenheden…dat wringt.
Dat komt onherroepelijk in conflict met je eigen integriteit. Het is de vraag of het voldoende is te zeggen "dat je na ampel beraad met jezelf" tot de conclusie komt dat je "te goeder trouw" bent.
Beter dan je eigen geweten te laten spreken is het om te werken met een integriteitscode. De model-gedragscode van de VNG/IPO biedt hiertoe een prima houvast.
Openheid en openbaarheid zijn wezenlijke begrippen. Het biedt de gelegenheid elkaar wederzijds aan te spreken en dit ook stelselmatig te blijven doen. Die zorgplicht mogen we ons ter harte nemen en beslist niet alleen bij stemmingen met al of niet de dreiging van een kleinst mogelijke meerderheid. Dat is absoluut niet relevant en getuigt van resultaatdenken.
Wat telt is de waarde van de democratie. Het gaat om het functioneren van ieder van ons als individu in de samenleving. Ieder met zijn/haar eigen verantwoordelijkheid. In die zin refereer ik aan onze oproep - anderhalf jaar geleden in deze Staten, bij gelegenheid van de hernieuwde relatie van LIOF en de provincie - om namens de provincie voortaan een commissaris op "politiek/bestuurlijke afstand" te benoemen, in plaats van zoals nog steeds te doen gebruikelijk, een gedeputeerde. Een amendement van die strekking haalde het echter niet…

Natuurlijk, niet alles is in tekstregels te vangen. Soms is het beter ze niet letterlijk, maar woordelijk te nemen. Immers: de wet is de norm, de mens geeft de waarde. Met zijn hoofd, maar vooral met zijn hart!

»terug naar top pagina