![]() |
Martinet Roling over Provinciaal Streektaalbeleid |
Provinciaal
Streektaalbeleid: een beetje "knaoien" 20 februari 2006
Meerjarenplan
streektaal: det det 't Limburgs good moog doon! 26 maart 2002
Woordenboek der Limburgse dialecten: een slecht hoofdstuk 4
september 2001
D66 stemt tegen procedure rond streektaalfunctionaris
31 januari 2001
Limburgse
spraakverwarring ontknoopt 23
september 2000
Et rech van et Limburgs: een Limburgse spraakverwarring 1 september 2000
Provinciaal
Streektaalbeleid
een beetje "knaoien"
Hoe plezierig het ook is om te luisteren naar
collega-statenleden die het woord voeren in hun eigen stads- of dorpsdialect, zelf moest
ik me daarbij beperken tot het Nederlands als mijn moerstaal, waarbij ik ter
vergoelijking wel mijn Achterhoekse zachte g inbracht.
En oh, extra frustratie, toen ik in de commissie een van de weinige Venrayse woorden
gebruikte die ik ken -knoaien- bleek na afloop dat dat nog niet eens begrepen was
ook
Knoaien is zeuren/moeilijk doen.
Toen wij als Staten ruim 5 jaar geleden besloten in te stemmen met de installatie van de
Road veur het Limburgs, ging dat met veel geknoai gepaard. Het is daarom dat
wij het voorstel van gedeputeerde Wolfs om typisch Limburgse ambassadeurs aan de Raad toe
te voegen, van harte hebben gesteund.
Wij zien daarin een meerwaarde, omdat op die manier drie belangrijke aspecten aan bod
komen: klankbord voor het wetenschappelijk onderzoek, ontwikkeling van educatief materiaal
en toegankelijke promotie en informatieverstrekking voor het grote publiek.
Wij vinden wel dat de functie van de Raad als adviesorgaan voor PS en GS onvoldoende uit de verf is gekomen. Wij denken daarom dat de Nationale Streektaalconferentie in juni as. in deze Statenzaal een eerste geschikte gelegenheid is om de Raad zich te laten voorstellen en haar takenveld te presenteren.
Waarover wij beslist níet konden en wilden knaoien zijn de grote kwaliteiten van onze huidige streektaalfunctionaris, de heer Pierre Bakkes. Hij heeft op inspirerende en altijd enthousiaste wijze (en volgens mij ook met veel plezier) het fundament gelegd waarop het streektaalbeleid naar de toekomst toe verder kan worden opgebouwd.
Over het Limburgs eigene of de Limburgse identiteit is veel te berde te brengen. Het is een constructie die vooral in de hoofden van mensen bestaat en waar al dan niet naar gehandeld wordt. Temidden van die veranderende handelingen blijft de Limburgse taal in al haar variatie van dialecten een constante factor die, zo vindt de D66-fractie, de moeite van het behouden waard is!
Martinet Roling
Meerjarenplan
streektaal: det det 't Limburgs good moog doon!
Martinet Roling / 26 maart 2002
Met de behandeling van het Meerjarenplan Streektaal 2001-2004 is een
nieuw markant punt bereikt in het Limburgse streektaalbeleid.
Op basis van onze besluitvorming in de Staten werd een streektaalfunctionaris aangesteld
en een Raod veur 't Limburgs ingesteld. Alle in deze Raod vertegenwoordigde partijen
hebben een bijzonder constructieve bijdrage geleverd aan de totstandkoming van dit
Meerjarenplan, dat de instemming heeft gekregen van de voltallige Raod. Het is dan ook
verheugend te kunnen constateren dat voor het eerst sprake is van een zeer breed draagvlak
en dat daarmee een einde lijkt gekomen aan de negatieve spraakverwarring tot dan.
D66 heeft nogmaals de nadruk gelegd op een juist verstaan van het
begrip "bevordering van de streektaal" in de zin van het levend houden van de
streektaal in de bestaande variaties in alle geledingen van de provincie. Nadrukkelijk is
geen sprake van het bevorderen van tweetaligheid, maar van het nastreven van het levend
houden van het Limburgs in al haar variëteiten.
En ook heel nadrukkelijk is steeds sprake van gebruik op basis van vrijwilligheid!
Onze fractie heeft daarom op een expliciete vermelding van deze
vrijwilligheid gewezen waar het gaat om onderwijsactiviteiten. Wij zijn bovendien van
mening dat een contine leerlijn als onderdeel van het reguliere onderwijsaanbod ten
sterkste moet worden afgewezen. Uit een eigen bescheiden peiling onder leraren van een
basisschool is ons gebleken dat er wel animo bestaat voor een cultuurhistorisch project
met aandacht voor de geschiedenis van de eigen streek, met daarbinnen een uitstapje naar
de taal.
De streektaalfunctionaris himself, de heer Bakkes, antwoordde daarop dat bij de
onderwijsaanpak geen sprake is van een leerlijn, maar om een aanpak - per schooltype één
boekje - tot attitudevorming voor taalvariëteit.
Tot slot heb ik laten weten een terughoudend gebruik van geschreven
streektaal in openbare stukken niet te zullen betreuren.
Wat dacht u hiervan: "Planne mót 't gaeve, veurdet me geit wèrke, anges
verdaoltj me. Me mót get wille. Dae wil is dao. Toet begin 2002 zitte v'r hie mit alle
plezeer oos sjouwer ónger. Det det 't Limburgs good moog doon!"
Gelukkig beperkte zich dit geschreven woord tot één alinea in het voorwoord. Anders
wordt het werk voor een niet-Limburgs-sprekend Statenlid wel een hele kluif!!
Martinet Roling
Woordenboek der Limburgse
dialecten: een slecht hoofdstuk
Martinet Roling / 4 september 2001
Om maar eens een taalvariant te gebruiken: "zoveel woorden,
zoveel zinnen"!
Dat was vorig jaar reeds zo bij de behandeling van "Et rech van et Limburgs" ,
dat is nu bij de bespreking over het Woordenboek van de Limburgse Dialecten (het WLD) niet
anders.
De PNL had om een interpellatiedebat verzocht omdat zij twijfelde aan een correcte
verantwoording van de financiële gang van zaken. Gedeputeerde Eurlings verzekerde echter
dat alle uitgaven dienaangaande via openbare besluitvorming in de Staten zijn geschied.
De laatste keer dat er subsidie aan het WLD is verleend was op 9 juli 1999. Onze
D66-fractie heeft toen ingestemd met een krediet ter definitieve afronding van het
Woordenboek. Dat ging overigens bij hamerslag. De PNL heeft bij die gelegenheid niet - ook
niet in de desbetreffende vakcommissie - haar bezorgdheid over de procesgang geuit.
Het WLD is in haar oorsprong (in de zestiger jaren) opgezet als een wetenschappelijk
project met een voor de redactie zijdelings vertegenwoordigende taak in dialectologische
kringen. Het was van aanvang af de opzet om 3 delen - systematisch naar thema's - op te
zetten. Een langlopend project, dat zeker, maar eveneens een werk van groot taalkundig en
cultuurhistorisch belang.
Het functioneren van de Dialectvereniging Veldeke staat hier los van
en datzelfde geldt voor de organisatie van de Raad voor het Limburgs en voor het
Limburghuis.
Al die zaken werden in de notitie van PNL met elkaar in verbinding gebracht waardoor het
doel - een evaluatie van de financiële realisering - geheel ondoorzichtig bleef.
Al met al is het Limburgs hiermee geen goede daad bewezen!
Aangezien het jaar 2001 het Jaar van de Europese Talen is en de
maand september het speerpunt moet gaan vormen, leek het ons daarom een prima aanleiding
om het WLD - in relatie tot de Limburgse streektaal - op streek te helpen. En hen
in staat te stellen hun werk op een goede wijze af te ronden.
Wel legitiem was de vraag van PNL naar de voortgang van de Raad voor het Limburgs.
In dit verband hebben we in de Staten de suggestie gedaan om in de
commissie WZC een kennismaking/presentatie van de streektaalfunctionaris te organiseren,
zodat daar volop de mogelijkheid wordt gegeven om direct alle gewenste en actuele
informatie te verkrijgen.
Gedeputeerde Eurlings pakte dit voorstel met beide handen aan om een onaangenaam debat in
positieve zin te kunnen afsluiten!
D66
stemt tegen procedure rond streektaalfunctionaris
Martinet Roling / 31 januari 2001
De gevoerde discussie speelde zich af op het breukvlak van emotie en ratio.
Emotie betekent in oorsprong "onderste boven keren" en dat is nou juist wat in
deze heikele kwestie voorkomen had moeten worden.
Het uitvoeren van een correcte en zorgvuldige procedure is dan een probaat middel.
Afspraak was om een onafhankelijk opererende streektaalfunctionaris aan te stellen, die
kon rekenen op een breed draagvlak en waarbij in beginsel met alle betrokken partijen tot
overeenstemming gekomen moest worden.
Door daarvan af te wijken, door de eenzijdige inbreng van Veldeke, is de polarisatie
verergerd.
Polarisatie is een slechte raadgever, waarmee een heilloze weg wordt ingeslagen.
Daarom heeft D66 gedeputeerde Eurlings aangeraden om in overleg te treden met de terzake
betrokken partijen om zo snel mogelijk uit de ontstane impasse te geraken.
In het belang van de ontwikkeling van een Limburgs taalbeleid, want dat hoort de kern van
de zaak te zijn. Het wordt tijd inhoudelijk aan de slag te gaan.
Zo niet, dan is in deze kwestie slechts één grote verliezer aan te wijzen ... en dat is
de Limburgse taalcultuur, die dreigt te verworden tot een subcultuur, of moeten we niet al
bijna spreken over een soap-cultuur?!
Omdat de gedeputeerde niet bereid bleek om aan onze oproep gehoor te geven, hebben wij een
motie van Groen Links gesteund waarin werd opgeroepen tot het openen van een nieuwe
procedure. Doordat de coalitiepartijen deze motie niet steunden, kan de door Veldeke
voorgedragen kandidaat alsnog worden benoemd.
D66 kon en wilde zich niet conformeren aan een onzorgvuldige en dus onjuiste procedure en
stemde daarom eveneens in met een door de VVD ingediende motie van treurnis.
Martinet Roling
»terug naar top pagina
Limburgse
spraakverwarring ontknoopt
Martinet Roling / 24 september 2000
Tijdens de Statenvergadering dd. 8 september jl. heeft D66 ervoor gekozen om het
initiatiefvoorstel van de PNL respectvol te benaderen en onze waardering uit te spreken
voor hun inzet voor het Limburgse culturele erfgoed.
Leidde de definiëring van wat precies onder een streektaal moet worden verstaan in de
commissie nog tot veel onbegrip, werd kort daarop via standpuntbepaling van
taaldeskundigen helderheid geboden.
Gedeputeerde Eurlings had inmiddels advies ingewonnen bij de Katholieke Universiteit
Nijmegen, de Katholieke Universiteit Leuven, de vereniging Veldeke en de Belgische
provincie Limburg. Unaniem werd afwijzend gereageerd om tot uniformering en
standaardisering van het Algemeen Geschreven Limburgs over te gaan.
Prof. Dr. R. van Hout, hoogleraar Dialectkunde en Sociolinguïstiek aan de Katholieke
Universiteit te Nijmegen, verwoordde het kort en bondig: "Zo er al draagvlak voor te
vinden zou zijn, kost een verantwoorde wijze van standaardisering tientallen jaren van
deskundige voorbereiding en tientallen miljoenen guldens. Daarbij komt dat deel II van het
Europees Handvest ons niet de verplichting oplegt om een AGL in te voeren. Zij biedt juist
ruimte om maatregelen af te stemmen op de taalsituatie in kwestie."
Dit bracht D66 ertoe om definitief niet in te stemmen met het vaststellen van de
streektaal Limburgs. Centraal in dat besluit stond de gedachte dat het Limburgs dient te
worden opgevat als een reeks van onderling samenhangende dialecten: taal raakt de mens in
het eigene en juist dat eigene moet behouden blijven!
We stemden wel in met de aanstelling van een streektaalfunctionaris, die ten opzichte van
zijn/haar taken onafhankelijk dient te opereren, om zodoende het begin van een taalstrijd
met Veldeke in de kiem te smoren. De door gedeputeerde Eurlings opgevoerde begeleidings-
cq.adviescommissie, ter ondersteuning van genoemde functionaris, werd op onze suggestie
omgezet in de Raad voor het Limburgs.
Aan het einde van de behandeling in de Staten kon onze fractie laten weten aangenaam
verrast te zijn dat de PNL middels een aanpassing van haar ontwerp-besluit in
bovengenoemde zin, liet merken dat zij op constructieve wijze inspeelde op de gevoerde
discussie.
Martinet Roling
Et rech van et Limburgs: een Limburgse spraakverwarring.
Martinet Roling / 1 september 2000
Het Limburgs is de taal van de Maas, zoals het gesproken wordt in een breed gebied aan
weerszijden van deze rivier: het Maaslands of Maasfrankisch. Zo kunnen we lezen in het
initiatiefvoorstel van de PNL-fractie.
" Limburg en de Maas zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Maas is heel
herkenbaar voor de Limburger, zeg maar het anker van zijn roots én zij is er voor heel
Limburg, van Eijsden tot aan Mook; zij is traditie, maar ook vernieuwend naar haar
achterland toe".
Dit zijn de beginregels uit het voorwoord van het Provinciaal Programma van D66 Limburg
van deze lopende periode, en dat dan ook de veelzeggende titel 'Mooder Maas' heeft
meegekregen. Dat dit voorwoord bovendien staat geschreven in een Midden-Limburgse
schrijfwijze, geeft aan dat onze fractie veel waarde hecht aan het omschreven doel in de
voorliggende notitie, zijnde het behoud van de Limburgse streektaal als facet van de rijke
Limburgse cultuur.
Dit doel vloeit rechtstreeks voort uit de erkenning van het Limburgs in 1997 als
streektaal, als regionale taal, onder de termen van deel II van het Europees Handvest voor
Streektalen.
Dat aan de verplichtingen, hieraan verbonden, ter bescherming en instandhouding van het
Limburgs, dient te worden voldaan, is evident. Hier ligt o.i. een coördinerende taak
weggelegd voor een streektaalfunctionaris. Inpassing van deze functionaris bij het
Limburghuis is reeds onderdeel van planvoering en overleg en kan in de in het najaar te
voeren discussie worden meegenomen.
Als 2e aspect uit de doelstelling wordt "de bevordering van het zelfbewustzijn van de
Limburger" genoemd. We vinden het jammer en onnodig om gevoelens van
minderwaardigheid en zelfs van stigmatisering (!) zo expliciet te benoemen. Daar komt bij
dat het Handvest ook alleen spreekt over "de streektaal als uiting van culturele
rijkdom'. Onze fractie heeft daarom voorgesteld dit aspect achterwege te laten.
Wees trots op je identiteit en draag dat uit. Is de groep Rowwen Hèze hierin niet een
uitstekende ambassadeur gebleken?
Niet alleen Rowwen Hèze, ieder zingt zijn eigen lied: vooral in onze provincie.
Immers, het Limburgs kent als geen andere streektaal een heel eigen en uniek klankkarakter
en toonhoogteverloop, gevormd door de zogeheten sleeptoon waarmee de woorden een
onmiskenbare betekenis krijgen.
Om al die varianten en tongvallen van de Limburgse streektaal onder te brengen in één
Algemeen Geschreven Limburgs, lijkt ons een schier onmogelijke opgave.
En ook niet alle dialecten in Limburg behoren tot dezelfde taalgroep: in het uiterste
zuid-oosten wordt Ripuarisch gesproken en (de Maas stroomt door geheel Limburg...) in het
uiterste noorden Kleverlands.
Feitelijk zijn we op speurtocht naar hoe het Algemeen Gesproken Limburgs er in oorsprong
heeft uitgezien. Dat is voer voor dialectologen!
Ook al is het Limburgs sinds kort officieel erkend als streektaal, wordt het in het leven
van alledag bovenal ervaren als een groep - weliswaar nauw verwante - maar toch vooral
plaatselijke dialecten. Ieder gehucht, dorp en stad kent zijn eigen varianten.
Onze fractie pleit ervoor om juist recht te doen aan die plaatselijke dialecten, die mede
de rijkdom van de Limburgse cultuur vormen. Juist de lokale kleur moet de volle aandacht
krijgen, daar moet de overheid vorm aan geven.
Dat neemt niet weg dat aan de officiële erkenning de voorwaarde - de verdragsverplichting
- is verbonden om het gebruik van de streektaal (die dus als 'grootste-gemene-deler-taal'
nog moet worden uitgezocht) in gesproken én geschreven vorm aan te moedigen. Dat is het
grote dilemma, maar heeft evenzeer van doen metconsistentie van besluitvorming.Dat
"rech" komt de PNL toe, dat zij voortbouwen op het Statenbesluit van september
1996.
Advies van taal(des)kundigen en taalplanners is dus geboden!
Gedeputeerde Eurlings antwoordde in de vergadering van de commissie Welzijn, Zorg en
Cultuur (dd. 25 augustus jl.) dat de toenmalige erkenning van het Limburgs als streektaal
vooral een psychologisch doel beoogde: het Limburgs heeft gemeenschappelijke kenmerken op
grond waarvan het als een streektaal wordt beschouwd, ook al worden er verschillende
dialecten gesproken! Daarmee haalde hij de angel uit de Limburgse spraakverwarring.
Om algehele helderheid te krijgen heeft GS aan de Universiteiten van Nijmegen en Leuven,
de provincie Belgisch-Limburg (die inmiddels afwijzend reageerde) en de vereniging
Veldeke, hieromtrent advies gevraagd.
D66 is van mening dat een "Raod veur 't Limburgs" in nauw overleg met de
streektaalfunctionaris bij de implementatie van de formele verdragsverplichtingen van het
Handvest een deskundige rol kan spelen. We hebben dan ook voorgesteld om tot installatie
ervan over te gaan. Het lijkt ons evenzeer een goede suggestie om deze Raad uit te nodigen
om de Veldeke-spelling eindelijk voor alle dialecten in Limburg geschikt te maken.
D66 is niet voor het behoud van de Limburgse taal in álle geledingen van de Limburgse
samenleving. Uitgaand van de erkenning onder deel II van het Europees Handvest is dit, in
het bijzonder bij overheid en onderwijs, ook niet aan de orde.
Dan spreken we ook niet meer over beschermen en instandhouden, maar over bevorderen en
verplicht invoeren. En dat hoort thuis onder deel III van het Handvest en is als zodanig
voor onze fractie geen optie.
Martinet Roling