Mondelinge vragen D66 over Intensieve veehouderij

Tijdens de Statenvergadering van 26 maart 2010 heeft Paul Wessels mondelinge vragen gesteld over de intensieve veehouderij

De actuele aanleiding is de Brabantse beleidswijziging inzake het houden van heel veel dieren in zogenaamde megastallen. De fractie van D66 heeft de volgende vragen aan het college, maar zij heeft ook een vraag aan de collega-Statenleden.

In de pers geeft het college bij monde van gedeputeerde Driessen aan dat het economisch landbouwbelang in Limburg voor de Provincie te groot is om dezelfde afweging te maken als die het bestuur van de Provincie Noord-Brabant heeft gemaakt.

Mijn eerste vraag. Wanneer is het denkbaar – en wat moet er wellicht eerst gebeuren – dat Limburg wél beperkende maatregelen neemt aangaande de intensieve veehouderij die op dit moment nog geen beperkingen kent voor megastallen qua oppervlakte en inhoud wat de dieren betreft?

De tweede vraag, misschien ook voor de portefeuillehouder Volksgezondheid. Hoe weegt het college de belangen van enerzijds de economie met de intensieve veeteelt in megastallen en anderzijds de risico's die mensen qua gezondheid lopen? Ik ga verder niet uitweiden over de Q-koorts en de geitenziekte, want iedereen heeft daarvan een beeld van de afgelopen tien jaar.

De derde vraag. De minister van Landbouw zei in de Tweede Kamer geen taak te zien voor het Rijk betreffende intensieve veeteelt, dus om iets te gaan doen voor het hele land. "Want", zegt mevrouw de minister, "dit is een provinciale taak." Nu constateer ik dat ons college van Gedeputeerde Staten van Limburg hierin ook geen taak ziet voor de Provincie, want de verantwoordelijkheid neerlegt bij de gemeente. Ik vraag nu om uitleg over waar het verschil zit tussen de minister en Gedeputeerde Staten.

De vierde vraag is een vraag aan de collega Statenleden. Bent u, gehoord de discussies en de eventuele consequenties voor de volksgezondheid, bereid om als Provinciale Staten van Limburg in het kader van de Wet ruimtelijke ordening een voorbereidingsbesluit te nemen ten behoeve van een Wro-verordening? De overweging daarbij moet in onze filosofie dan zijn dat de belangen van de ruimtelijke kwaliteit en de belangen van de volksgezondheid de ontwikkelingsmogelijkheden van de intensieve veehouderij beperken.

De vijfde vraag. Is het college bereid om ten behoeve van de zorgvuldige besluitvorming, ook in de toekomst, inzake deze materie van de intensieve veehouderij, een actuele probleemanalyse op te stellen? We hebben dit ooit bij de reconstructie besloten en terecht, want de wereld staat niet stil. De huidige beleidsregels zijn naar mijn weten van 2004 en die zijn dus zes jaar oud. Misschien moeten we de zaak opnieuw kunnen herijken.

Gedeputeerde Driessen stelt dat hij niet bang is voor een invasie van varkensboeren.
Limburg is onderverdeeld in een drietal gebieden in het kader van de Reconstructiewet. Extensiveringsgebieden, verwevingsgebieden en landbouwontwikkelingsgebieden. In extensiveringsgebieden en verwevingsgebieden zijn wettelijk gezien geen nieuwvestigingen toegestaan. In landbouwontwikkelingsgebieden zijn in theorie wel mogelijkheden, maar er zijn geen directe bouwtitels aan de orde. De landbouwontwikkelingsgebieden zijn aangewezen om daarmee nieuwvestigingen mogelijk te maken – vooral om verplaatsingen mogelijk te maken vanuit de extensiveringsgebieden richting landbouwontwikkelingsgebieden – om daarmee een afwaartse beweging in de richting van de natuur op gang te brengen.
In landbouwontwikkelingsgebieden kan alleen gebouwd worden als er een procedure gaat lopen die door de gemeenteraad wordt opgepakt, die uiteindelijk tot een nadere afweging komt. In Limburg is die verantwoordelijkheid bij de gemeenten gelegd.
Mocht het nu zo zijn dat het echt uit de hand zou lopen en dat het nationaal een item zou worden of dat de gezondheid aan de orde zou zijn, dan zijn het natuurlijk zaken waarop wij terug kunnen komen.
Gedeputeerde Driessen betoogt verder dat het volksgezondheidsaspect niet een zaak is van deze Staten en ook niet van Gedeputeerde Staten. Als daarmee problemen zijn dan wordt dat opgepakt door het Rijk.
De gedeputeerde zegt wel toe een actuele quickscan te laten maken van de situatie anno 2010.

De PvdA pleit voor een discussie over de gevolgen van het Brabantse besluit voor Limburg.
Het maatschappelijk onbehagen is grotendeels gebaseerd is op angst. Het is toch de angst dat als in andere provincies een besluit genomen wordt, dat ervoor zorgt dat hier een noem het een waterbedeffect, een roze invasie optreedt.

De SP bepleit een voorbereidingsbesluit als extra borging om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen.

GroenLinks en de SPD stellen vast dat maatschappijbreed de vraag is om regulerend op te treden als het gaat om de steeds verdergaande schaalvergroting in de pluimveehouderij, de varkenshouderij, de rundveehouderij en de schapen- en geitenhouderij. Daar ligt een taak voor de Provincie.

De VVD is van mening dat de Provincie geen taak heeft als het om volksgevondheid gaat. En vraagt zich af of er niet bewust door bepaalde partijen ongerustheid wordt veroorzaakt.

Paul Wessels

26 maart 2010

»terug naar top pagina


D66 steunt het Burgerinitiatief Behoud de Parel

Over megastallen wordt al geruime tijd gedebatteerd.

Het belangrijkste aspect waar de Staten over gaan is de ruimtelijke inpassing. De reconstructie is destijds niet voor niets ontstaan. De landbouwontwikkelingsgebieden (LOG) zijn daarvan een gevolg. Maar de megastallen zijn niet bedoeld toen de reconstructie en uiteindelijk de LOG's tot stand kwamen. Daarvoor zijn die niet gemaakt. Dus mijn oordeel is, dat ik vind dat– zeker in het geval van Noord-Limburg waar al heel veel bij elkaar komt – de komst van megastallen in het kader van de ruimtelijke inpassing ongewenst is.

Dan een punt waar we niet echt over gaan, maar waarvoor ik ook een zorgplicht heb. Dat zijn de

effecten op de gezondheid. Ik heb hier al eens eerder betoogd dat voor het redden van een enkel mensenleven geen prijs te hoog is. Ik ben me ervan bewust dat dit vooral in de Tweede Kamer aan de orde moet zijn. In de Tweede Kamer is wel actie ondernomen, maar er is nog geen reactie van de regering. Die duidelijkheid over de gezondheidsrisico's is voor de fractie van D66 dermate belangrijk – maar dat is niet nieuw – dat we onze verantwoordelijkheid toch nemen, terwijl we er

niet over gaan. In ieder geval zeggen we bij dit punt: bij twijfel moet je oppassen. Ik zeg dat je bij heel grote twijfel moet stoppen. En dat geldt zeker waar het effecten op de gezondheid betreft. Dus ik ben het eens met de burgers die zich bezorgd maken. Eigenlijk moeten we zeggen: we stoppen, totdat we meer zekerheid hebben over de gezondheid.

Daarom stemt D66 voor het burgerinitiatief.

Paul Wessels

19 december 2008

»terug naar top pagina