![]() |
Jan Bijen: Limburg is uitgemergeld |
In de vorige eeuw werd in Zuid-Limburg begonnen met het grootschalig in dagbouw winnen van mergel als grondstof voor de fabricage van cement en meststoffen. Grote en onomkeerbare ingrepen in het landschap, zoals de ENCI-groeve in de Pietersberg en t Rooth op het plateau van Margraten getuigen er van.
De provincie staat voor belangrijke besluiten over verdere mergelwinning. Meest actueel is de uitbreiding van de groeve t Rooth. Op 21 februari beslissen Provinciale Staten over een voorstel door Gedeputeerde Staten voor een aanvulling op het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) voor een uitbreiding van de huidige groeve met 17 hectare, welke in 10 jaar afgegraven moet worden. Niet minder actueel is de aanvraag van de ENCI in Maastricht om de mergelwinning in de Pietersberg voort te zetten.
Laat ik voorop stellen dat ik tegen een dergelijke uitbreiding van de mergelwinning ben. Behoud van landschap, en milieurisicos in een dichtbevolkt gebied zijn voor mij doorslaggevende argumenten. Om de overwegingen daarbij toe te lichten duik ik even de recente geschiedenis in.
Eind jaren 70 vroeg ENCI een vergunning aan voor het afgraven van honderden hectaren op het Plateau van Margraten. In opdracht van, wat nu het ministerie van VROM heet, verrichtte ik onderzoek naar mogelijkheden om minder kalksteen te gebruiken voor de fabricage van cement. De conclusie was dat een besparing in het verbruik aan mergel met de helft mogelijk zou zijn door inzet van alternatieve grondstoffen zoals hoogovenslak en poederkoolvliegas; dat is intussen gerealiseerd!
De aanvraag van de ENCI werd afgewezen en het Rijk kondigde een totale afgravingstop aan op het Plateau. De Provincie bepleitte echter een uitzonderingspositie voor Ankerpoort. Het kabinet ging daarop akkoord met een laatste, beperkte, uitbreiding van groeve t Rooth. Provinciale Staten stemde vervolgens in 1994 er mee in dat de uitbreiding van t Rooth werd opgenomen in het Provinciaal Ontgrondingenplan.
De POL-aanvulling is de volgende stap. Als argument stelt Gedeputeerde Staten: het voorzien in de nationale behoefte aan kalksteen. Daarin kan echter gemakkelijk worden voorzien door import; elders in de wereld zijn er overvloedige voorraden aan kalksteen, die ook nog eens gewonnen kunnen worden in veel minder dicht bevolkte gebieden dan Zuid-Limburg. Een tweede argument, dat het bedrijf de gelegenheid moet worden geboden om haar bedrijfsactiviteiten af te bouwen snijdt meer hout, maar dan is het de vraag waarom daarvoor 17 hectare met 4 miljoen ton mergel nodig is. Ankerpoort zou in dat geval gemiddeld jaarlijks 400.000 ton mergel mogen winnen, terwijl ze de laatste jaren niet meer dan circa 100.000 ton uit de groeve gebruikt hebben. Een uitbreiding van 6 hectare, zoals door de gemeente Margraten is voorgesteld, zou meer dan voldoenden zijn.
Een derde argument zou kunnen zijn, dat de provincie toezeggingen heeft gedaan, die verplichten. Dat haalt de provincie echter niet aan; misschien ook omdat de Raad van State in 1999 de uitspraak heeft gedaan, dat er geen gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt bij Ankerpoort voor toekomstige activiteiten.
Dan nu de ENCI. Na afwijzing van de concessieaanvrage op het Plateau van Margraten, besluit de cementfabriek in haar groeve aan de Pietersberg de diepte in te gaan. De ENCI krijgt daar vergunning voor.
Die huidige vergunning loopt tot 2010, maar omdat ENCI zo zuinig geweest is op haar mergel kan men binnen de geografische concessiegrenzen nog tot 2030 voorruit. Het bedrijf heeft een verlenging van de concessietermijn aangevraagd. Maar ENCI denkt verder en heeft ook een vergunning gevraagd voor na 2030. ENCI wil van het huidige toegestane ontgravingniveau van +5 m NAP nog 40 meter de diepte in gaan. Omdat die winning droogmoet plaats vinden, zal er grondwater moet worden weggepompt. Het advies voor de Milieueffectrapportage maakt duidelijk dat dit risicos voor verdroging van de omgeving met zich mee en bovendien is het grondwater op die grotere diepte verontreinigd.
Ook voor de ENCI geldt, dat als de cementfabricage zou ophouden, de nationale behoefte aan cement zeker niet in gevaar komt. Cement komt al voor 40% uit het buitenland, de twee andere (hoogoven)cementfabrieken in Nederland zijn niet afhankelijk van toeleverantie door ENCI Maastricht en er is in het buitenland meer dan voldoende capaciteit om in de Nederlandse behoefte te voorzien.
Zo blijft als argument voor verdere mergelwinning eigenlijk alleen de werkgelegenheid over. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen, dat oppervlaktedelfstofwinning en zware industrie geen speerpunten zijn van het economisch beleid van de Provincie.
Binnenkort heeft de bevolking, via de verkiezingen voor de Provinciale Staten weer de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op beslissingen die moeten worden genomen, want dat de mergelwinning vooral ook een politieke keuze is mag duidelijk zijn.
Jan Bijen, Beek
hoogleraar faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen, TU delft en kandidaat D66 Limburg voor de Provinciale Statenverkiezingen